Share, , Google Plus, Pinterest,

Gepost in:

Op hoge hakken naar Santiago de Compostela

Je bent 30 jaar, je leidt een flitsend bestaan als succesvol makelaar in Amsterdam, je hebt een leuk huis en een bruisend sociaal leven… En toch wringt het. Je mist iets. Maar wat? Cathelijne Paulus van Pauwvliet besloot haar dynamische leven te onderbreken voor een uitputtende pelgrimstocht naar Santiago de Compostela in Spanje. In 41 dagen liep ze 900 kilometer. Ze schreef er een boek over: Op hoge hakken naar Santiago.

Je leidde een snel yuppenleven met alles erop en eraan, vanwaar de onrust?

“Hoe mooi ingevuld mijn leven ook was, ik was niet oprecht gelukkig. Ik zocht naar verdieping en wilde, naast het avontuur en de uitdaging, mezélf eens echt meemaken. Mezelf puur zien, los van rollenpatronen en verwachtingen. Helemaal carte blanche, zonder vrienden, familie of collega’s.”

Waarom koos je voor de pelgrimstocht naar Santiago, van origine een religieuze tocht?

“Op 20-jarige leeftijd had ik eens gelezen over de tocht en het idee om door de woeste bergen naar Santiago te lopen sprak me aan. Vooral de uitdaging en de ontberingen. Pas later kwam daar een diepere behoefte bij. Voor veel mensen heeft de tocht geen religieuze, maar een spirituele betekenis. Hoewel het geloof me altijd heeft aangesproken, ben ik absoluut niet gelovig en ik ben het onderweg ook niet geworden. Daar is wel iets anders moois voor in de plaats gekomen en dat is een heel sterk geloof in mezelf.”

In je rugzak had je een minimale hoeveelheid bagage bij je.

“Met mijn keukenweegschaal heb ik exact 5,5 kilo afgewogen, 10 procent van mijn lichaamsgewicht, dat is de richtlijn. Als je loopt is elke gram er één. Ik had een lange en een korte broek bij me, twee shirtjes, twee hemdjes, een thermoshirt met lange mouwen, een kasjmier truitje, twee onderbroeken, één bh, een pyjamaatje, een bikini als extra ondergoed, een regenponcho en een slaapzak. En een sarong die ik gebruikte als rok en als handdoek. Alles lichtgewicht en bijna alles donker omdat het met hand gewassen moest worden. Verder basismedicijnen, naald en draad voor de blaren, de hoognodige toiletartikelen in miniformaat, oordoppen, de pelgrimspas voor de stempels onderweg en één mascararollertje…”

Geen mobiel?!

“Mijn mobiele telefoon had ik mee voor noodgevallen, maar geen oplader, dus hij stond uit. Heel af en toe zette ik ‘m aan. Mail checken deed ik ook niet. Heel bewust, om mijn ervaringen daar te laten zijn. Mijn camera heb ik ook bewust thuisgelaten. Ik wilde niet driftig bezig zijn met vastleggen, maar juist de momenten daar in me opnemen. Dat was een verademing. Mijn iPod had ik wel mee. Als je uren loopt onder de brandende zon over een kaarsrechte weg met veel pijn je benen, is muziek een enorme afleiding.”

Over die pijn, al na een paar dagen lopen worden je benen dik, je hebt ontstekingen en heel veel pijn. Heb je niet overwogen te stoppen of om een pauze in te lassen?

“Nee, de drive om verder te gaan was ontzettend groot. Ik wist dat rust nemen goed zou zijn, maar op dat moment moest ik nog 735 kilometer vooruit. Ik wilde door, ook al had ik geen tijdsduur met mezelf afgesproken. Veel pelgrims houden wel een tijdsplanning aan, maar dat is ontzettend zonde. Het mooie van zo’n ervaring is juist dat je de tijd en de ervaring zijn werk laat doen.”

Er zijn ook pelgrims die ervoor kiezen te overnachten in hotels in plaats van op slaapzalen in pelgrimshutten, omringd door vlooien en snurkende mensen…

“Jazeker, alles kan, je kunt je eigen route en je eigen manier kiezen. Er zijn mensen die een stuk overslaan, die de bus pakken, die hun bagage laten dragen of in een hotel overnachten. Voor mij was het een weloverwogen keuze om de tocht zo basic mogelijk te doen. Omdat het zo zwaar is, vallen de maskers onherroepelijk aan diggelen en kom je tot de kern. Ik zou iedereen aanraden om in de pelgrimsherbergen te overnachten; het is een bijzondere ervaring met de mooiste ontmoetingen en gesprekken. Maar ik moet ook zeggen dat ik nog nooit zó slecht geslapen heb als tijdens de tocht. Dat gesnurk van iedereen geeft een dubbele frustratie: iemand anders houdt jou wakker, terwijl de “dader” heerlijk ligt te ronken… En die vlooien zijn onvermijdelijk. Pas na de rustdag in Léon, waar ik al mijn spullen in een wasmachine kon wassen en een nacht niet in een herberg sliep, was ik er vanaf.”

De love story met de Braziliaanse pelgrim Rodrigo loopt als een rode draad door je boek. Als jullie het eindpunt hebben bereikt, komt de romance abrupt ten einde. Vond je dat niet moeilijk?

Na deze vraag trekt er zowaar een blos over het gezicht van Cathelijne. Ze is duidelijk nog niet aan het idee gewend dat anderen dit persoonlijke verhaal kunnen lezen. “Het afscheid was emotioneel, natuurlijk, ik miste hem en de anderen en het hele pelgrimsleven, maar ik wist dat de tijd wel zou uitwijzen wat er zou gebeuren met ons. Dat kon ik accepteren en loslaten. Iets wat ik onderweg heb geleerd.”

En nu, staan er nog uitdagende trips op stapel?

“Het klinkt misschien flauw, maar ik heb die behoefte helemaal niet. Toen ik net terug was in Amsterdam zat ik met trillende benen op de fiets met al dat verkeer en al die gehaaste en drukke mensen om me heen. Ik heb maanden nodig gehad om het gat te dichten tussen het pelgrimsleven en het jachtige bestaan in Amsterdam. Maar het wende weer en ik merkte dat ik mijn nieuw verworven gevoel en principes niet los hoefde te laten.

Ik heb een hele leuke vriend (een Nederlander, niet de Braziliaan Rodrigo – ES) en ik geniet van mijn werk. Als ik dit niet had gedaan, was ik misschien nog bezig geweest met het zijn van íemand in plaats van met het zijn van mezelf. Het heeft me heel veel rust gegeven. De tocht naar Santiago de Compostela was het mooiste cadeau dat ik mezelf kon geven.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.