Share, , Google Plus, Pinterest,

Gepost in:

De gezichten van Mart Visser

Als je Mart Visser als couturier aan het werk ziet, snap je niet waar hij de tijd vandaan haalt om ook nog schilderijen te maken. En toch doet hij dat, al zeven jaar. Vanaf 17 oktober zijn de gezichten die hij maakt voor het eerst te zien tijdens een expositie in Museum Jan van der Togt, en ook voor het eerst in combinatie met highlights uit zijn haute couture collecties.

Vier dagen heeft Mart Visser uitgetrokken voor het inrichten van de expositie die in oktober opent in Museum Jan van der Togt. Ten tijde van het interview (eind juli) heeft de couturier het al helemaal in z’n hoofd. “De couturestukken komen op etalagepoppen te hangen zonder hoofd. Aan de wand komen de gezichten en aan de onderkant moet het allemaal op gelijke hoogte hangen.” Zijn atelier met tientallen gezichten hangend, liggend, staand, is een kunstwerk op zichzelf. “Dat hoor ik wel vaker. Een deel van het atelier zal ook op de expositie te zien zijn.”

Interview met Ivo Niehe

Mart Visser is nog steeds verbaasd over de aandacht die zijn gezichten hebben losgemaakt. En hij weet niet eens meer precies wanneer hij ermee begonnen is. “Het oudste werk dat ik kan dateren is van zeven jaar geleden.” In zijn huis in Frankrijk begon hij met schilderen, gewoon als uiting van zijn creativiteit. Dat was vooral een hobby, totdat een interview op tv met Ivo Niehe in december 2013 hier verandering in bracht. “Ik denk dat mijn schilderwerk in dat hele interview maar dertig seconden in beeld is geweest, maar vervolgens hingen er drie galeries en zestig wildvreemde mensen aan de lijn met de vraag of het te koop was.”

Visser was enigszins overdonderd door alle aandacht en besloot het even te laten rusten. “Ik dacht: het moet wel leuk blijven. Vervolgens heb ik ook een tijdje niets gemaakt. Ik doe zoals het voelt. En na dat interview met Niehe was ik ook niet toe aan publiciteit.” Toen een galerie uit de Verenigde Staten belde, werd het een ander verhaal. “Nobody knows who I am in the States! Ik word daar beoordeeld op mijn werk. Dat leek me leuk om uit te proberen.” Daags voor dit interview is de opening van de Art Southampton in New York en Mart Visser is natuurlijk benieuwd hoe dat gegaan is. “Er zijn vier werken verkocht,” meldt hij vervolgens trots als de galeriehoudster hem hiervan op de hoogte brengt.

Zo enthousiast als de reacties op zijn werk zijn, zo down to earth praat Mart Visser erover. “Ik maak gewoon gezichten. Geen portretten.” En hij weet eigenlijk niet waarom. “Nee, echt niet. Ik weet ook nooit waar ik aan begin. Met mijn haute couture werk ik met de mooiste en duurste stoffen. De gezichten maak ik op een linnen doek, op het omslag van een oud boek, op een doek die langs het strand heb gevonden, op een oud stuk plastic. Totale contradictie! Totale vrijheid ook, ik doe wat ik zelf wil, heerlijk!”

De gezichten van Mart Visser

De gezichten die Mart Visser maakt kijken je allemaal aan, soms gestileerd, soms wat meer abstract en soms ook driedimensionaal. Groot, klein, hij maakt ze in alle formaten, net wat hem intuïtief aanspreekt. Ze doen denken aan de lijkwade van Turijn heeft iemand hem verteld. “Ik heb me altijd gevoed met kunst, waar ik ook was, ik ging altijd naar musea en galeries. Laden, laden, laden. Ik heb ook door de jaren heen veel kunst gekocht. Veel gezichten. Daar komt nu iets ergens van uit.”

“Mensen hebben nogal eens de neiging om je werk helemaal te uitdefiniëren – vreselijk vind ik dat.” Belangrijk vindt hij wel wat een ander over zijn werk zegt. “Heel belangrijk! Ik ben er ook best onzeker over. Met mijn couture begint het met een beeld dat je in je hoofd hebt, je gaat schetsen en anderen werken dat vervolgens uit, want er zit een puur ambachtelijke kant aan het vak. Deze gezichten maak ik helemaal zelf. Je geeft jezelf helemaal bloot. Dit ben ik. Dichterbij kun je het niet krijgen.”

Couture van Visser

“Bij couture gaat het mij om het karakter van iemand. Voor mijn gezichten put uit iemands mimiek voor inspiratie. Niemand is identiek, elk gezicht is weer anders. Mensen vinden ze niet eng, daar was ik bang voor. Hoe grover en ongedefinieerder, hoe mooier ze ze vinden.”

Behoefte om een lange neus te trekken naar de Modeacademie Charles Montaigne heeft hij niet, al is er alle reden voor. “Ze zeiden tegen me: je kunt niet tekenen. Men vroeg zich ook af of ik wel couture in Nederland moest gaan doen. Dat is in het begin natuurlijk wel een remmer geweest. Nu heb ik helemaal niet nagedacht, maar heb gewoon gedaan. Puur intuïtief.”

Nu de Art Southampton, daarna de Art Miami en vervolgens Museum Jan van der Togt, het doet een aanslag op zijn toch overvolle agenda, vertelt Mart Visser. “Ik heb er een baan bij gekregen! Ik begin soms met schilderen om zes, zeven uur in m’n atelier, voer een gesprek over couture, dan weer een interview over de expositie en ga vervolgens aan de slag in m’n atelier aan de Paulus Potterstraat. Het atelier waar ik de gezichten maak, heb ik maar lab genoemd, want dat werd te verwarrend.”

Museum Jan van der Togt

Het inlijsten van de werken, het prijzen ervan, de bezoeken aan zijn lab, het is er allemaal nog eens bijgekomen. “Het leuke is wel: je voert andere gesprekken. Coutureklanten die kunst kopen, leer je anders kennen. Mensen bezoeken het lab en de een zegt direct: dat wil ik hebben. Een ander loopt 2 uur rond en wijst drie stukken aan die zij wil kopen. Ze leggen uit waarom het ze aanspreekt. Daar heb ik heel veel plezier van.”

De collega’s uit de Paulus Potterstraat heeft hij ook het lab laten zien. “Ze waren er helemaal stil van. Ieder vertelde wat hij of zij een mooi stuk vond binnen mijn artwork.” In Museum Jan van der Togt zijn de gezichten voor het eerst te zien, en dan ook nog voor het eerst in combinatie met haute couture van Mart Visser, highlights uit zijn collecties. “Ik zie het als kruisbestuiving. Het schilderen brengt mezelf verder. En het beïnvloedt ook weer de couture die ik ontwerp. Het is meer vloeiender geworden.”

FB-Mart-mei-2014-10---kopie FB-MART2782

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.