Share, , Google Plus, Pinterest,

Gepost in:

Haarwerk voor kinderen die hun haren moeten missen

Net als UIT Magazine viert ook Stichting Haarwensen haar tienjarig jubileum. Wat kleinschalig als een commercieel bedrijfje begon, groeide dankzij een mooie samenloop van omstandigheden al snel uit tot een prachtig goed doel. Oprichtster Yvonne de Boer kijkt vol trots terug en hoopvol vooruit.

Op het kantoor van Stichting Haarwensen in Mijdrecht is vrijwilligster Ineke druk bezig alle gedoneerde vlechten te sorteren op kleur en lengte. Ze heeft nog een hele kist te gaan. “Het doneren van haar gaat in golfbewegingen. Het ene moment krijgen we een hele lading binnen en dan is het weer even rustiger. We merken dat kinderen op school elkaar ‘aansteken’. Als er één meisje met een vers geknipt boblijntje op school komt en vertelt dat ze haar haar gedoneerd heeft aan stichting Haarwensen, volgen er vaak meer. Zelf jongetjes laten hun haar jaren groeien om die 30 centimeter te kunnen doneren hè, dat is toch fantastisch! ”, vertelt Yvonne de Boer vertederend.

Stichting Haarwensen heeft een grote bekendheid onder kinderen. En dat is mooi, want de pruiken die de stichting maakt, zijn ook bedoeld voor kinderen. “Daar heb ik destijds bewust voor gekozen. Kinderen, en met name pubers, zijn ontzettend onzeker. Een pukkeltje brengt ze al van hun stuk, laat staan het verliezen van hun haar! Ik wil hen die onzekerheid zoveel mogelijk besparen. Daarnaast run ik zelf ook een gewone haarsalon en door bewust alleen aan de doelgroep tot negentien jaar pruiken te verstrekken, blijven er voor de commerciële branche genoeg aanvragen over”, zegt de oprichtster.

Oudere dames

Hoe het allemaal begon? Yvonne was al jong kapster en na een jaar of acht begon ze diepgang in haar vak te missen. “De gesprekken gingen altijd over koetjes en kalfjes. Ik begon het een beetje saai te vinden. Op dat moment werd ik gevraagd voor de kapsalon in het VU. Ik was niet direct enthousiast, omdat ik dacht dat ik dan alleen maar oudere dames in mijn stoel zou krijgen. Ik was zelf pas 23 jaar.”

Dat bleek niet geval. Ook al het personeel bleek zich in de salon te laten knippen, dus Yvonne waagde de stap. “Mijn eerste patiënt die ik knipte was een meneer die mij vroeg: ‘Hoe is het nu op een levende dode te knippen?’ Ik snapte hem niet direct. Bleek hij een zelfmoordpoging voor een trein te hebben overleefd en hij vertrouwde mij toe dat zodra hij thuis zou zijn hij het opnieuw zou proberen. Pfff, daar was ik zo ontzettend van onder de indruk. Ik wist in elk geval één ding zeker: mijn werk zou geen dag ‘saai’ zijn. Ik was direct geïntegreerd door deze nieuwe doelgroep.”

Haarwerk

Tijdens haar werk in de salon van het VU begon Yvonne al met de eerste haarwerken voor mensen die door kanker hun haar verloren. “Mensen in dit ziekenhuis verloren hun haar, maar moesten voor een haarwerk buiten de deur. Dat vond ik gek, dus ik kocht pruiken in en knipte ze in model.”

Enkele jaren later werd het AMC gebouwd en ook daar kwam een salon. Yvonne solliciteerde en werd aangenomen. Daar zette ze haar werk met pruiken voort. Op een dag moest ze een pruik aanmeten voor een meisje in het Emma Kinderziekenhuis. “Ik was zo geraakt door het feit dat er op die afdeling nóg vijf pubermeisjes lagen die geen geld hadden voor zo’n mooie en dure pruik. Ik vond het oneerlijk. Waarom het ene kind wel en het andere niet?”

Paul de Leeuw

Ze zocht contact met kappersbond ANKO en legde daar haar idee voor een stichting neer. Heel toevallig belde die maand de redactie van de show van Paul de Leeuw dat hij een meisje in zijn programma had die haar haar graag wilde doneren aan mensen die kaal waren. Of de bond daar een goede bestemming voor had. Voor Yvonne het goed en wel in de gaten had, werd zij met haar nog naamloze stichting naar voren geschoven en trof ze een miljoenenpubliek. De eerste stap in de goede richting!

“Vanaf dat moment ging het hard. We kregen honderden vlechten opgestuurd. Dus ik ben direct contact gaan zoeken met een Japanse firma die fabrieken heeft in Azië. Daar worden onze pruiken op verantwoorde wijze gemaakt.”

Boegbeeld

De kleine Milou kreeg vervolgens het eerste haarwerk van de stichting. Wederom een groot mediamoment. “Jammer genoeg heeft zij die nare ziekte niet kunnen verslaan en overleed ze. Dat hakte er wel in hoor. Voor ons vijfjarige jubileum hebben we toen een kinderboekje aan haar opgedragen ter nagedachtenis. Milou blijft een beetje ons boegbeeld…”, vertelt Yvonne.

Inmiddels heeft Stichting Haarwensen zo’n 300 pruiken op voorraad liggen, mede dankzij een enorme sponsoring van de Roparun, de non-stop estafetteloop die sinds 1992 in het pinksterweekeinde wordt gehouden tussen Rotterdam en Parijs. “Dat wilden we heel graag, omdat als een kind de diagnose kanker krijgt, ze vaak binnen drie weken kaal zijn. Dan moet er gewoon een passend haarwerk liggen, klaar. We willen elke (medische) aanvraag kunnen honoreren.”

Lichtblond haar

Er wordt altijd gestreefd naar een haarwerk dat het dichtst bij de eigen haardracht in de buurt komt. “Helaas lukt dat niet altijd. Kinderen hebben vaak van dat mooie lichtblonde haar, en juist dat krijgen we niet zo veel gedoneerd. En wat we gedoneerd krijgen is niet altijd bruikbaar, omdat veel kinderen in die leeftijd zwemles hebben en chloor is funest voor gezond haar”, legt de kapster uit.

Is het tienjarig bestaan van Stichting Haarwens wel gevierd? “Jazeker! We hebben een nieuwe salon mogen openen in het Prinses Màxima Centrum. Daar zijn we zo trots op. Hier kunnen ouders en hun kinderen op een heel laagdrempelige manier een haarwerk aanvragen en aanmeten. Onze vrijwilligers staan altijd voor ze klaar. Daarnaast hebben we een relaxruimte gerealiseerd waar de kinderen ook les kunnen krijgen in make-up aanbrengen en het tekenen van wenkbrauwen bijvoorbeeld”, vertelt Yvonne trots.

In de toekomst hoopt Yvonne de stichting verder uit te kunnen rollen over Europa. “We zijn inmiddels de grens met België over en wat mij betreft blijft het daar niet bij. Maar het moet wel behapbaar blijven voor alle mensen die zich inzetten voor de stichting, want op drie fte-ers na, zet iedereen zich belangeloos in!”

 

  • Voor één pruik zijn gemiddeld vier donaties nodig
  • Door heel Nederland zijn dertig steunpunten waar haarwerken worden aangemeten en onderhouden
  • Een haarwerk wordt nooit geverfd, omdat dit de kwaliteit niet ten goede komt
  • Een donatie moet minimaal 30 cm lang zijn, zodat er mooi lang meisjeshaar gemaakt kan worden
  • Een kleine 20% van de pruiken gaat naar jongens
  • Ook kinderen met de haarziekte alopecia komen in aanmerking

Share, , Google Plus, Pinterest,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *