Share, , Google Plus, Pinterest,

Gepost in:

Douwe de Boer, modetalent om in de gaten te houden

Als klein jongetje had hij al oog voor mooie stoffen en gevoel voor vorm en silhouet. Het stond dus al vroeg vast dat Douwe de Boer (21) de mode in zou gaan. Na werkervaring te hebben opgedaan bij damesboetiek Robbe Manto in Maarssen en bij modeontwerper Claes Iversen stort hij zich dit jaar volledig op zijn afstudeercollectie.

“Stilzitten is niets voor mij. Ik word ongelukkig als ik niet met mode bezig kan zijn.” De zomermaanden stonden voor Douwe de Boer niet alleen maar in het teken van vakantie vieren. Hij heeft hard gewerkt aan de voorbereiding van een transitieopdracht die de overgang markeert van het derde naar het vierde jaar van zijn opleiding. Dit autonome kunstwerk, dat niet per se op mode gericht hoeft te zijn, legt de basis voor zijn collectie waarmee hij het komende jaar zal afstuderen aan ArtEZ hogeschool voor de kunsten in Arnhem.

“Het is een persoonlijk project dat echt vanuit jezelf moet komen”, legt de ambitieuze modestudent uit. “Het laatste jaar van de academie is bedoeld om je visitekaartje af te geven en te tonen waar je als ontwerper voor staat.”

Vrouwencollecties

Gevraagd naar zijn visie op mode antwoordt Douwe dat hij dit een lastig begrip vindt omdat ‘visie’ iets suggereert dat vaststaat. “En dat is bij mij niet het geval: ik ben nog super jong, zit pas net in het vak. Wel ben ik erachter gekomen dat ik het liefst vrouwencollecties ontwerp. Toen we in het derde jaar een herencollectie moesten ontwerpen, vond ik het een struggle om draagbare mode te ontwerpen voor mannen. In een vrouwencollectie kan ik meer ‘uitpakken’ met experimentele ontwerpen.”

Met welke inspiratiebron Douwe ook werkt, hij is altijd op zoek naar contrast. Het ontwerpen van de meest draagbare collectie die zo de winkels in kan is dan ook niet aan hem besteed. Zijn handschrift kenmerkt zich door een krachtige vormentaal waarbij hij gebruikt maakt van stoffen die op een geraffineerde manier zijn bewerkt.

“Ik heb een voorliefde voor texturen. Silhouetten waarbij je van veraf eerst de grote vorm ziet en vervolgens meer ontdekt wanneer je dichterbij komt”, vertelt Douwe. De manier waarop het licht op de stoffen valt geeft zijn ontwerpen gelaagdheid en diepgang. Dat is een voorbeeld van het contrast waar hij naar op zoek is. Hiermee daagt hij zijn publiek uit om goed te kijken.

“Ik vind het interessant als een kledingstuk een verrassingselement bevat. Zo heb ik bijvoorbeeld gewerkt met vilt waar ik een siliconenlaag op heb aangebracht. Met behulp van een kam heb ik hierop een textuur gecreëerd. Van een afstandje is dit niet te zien, maar wanneer de stof beweegt en het licht erop valt zie je de dualiteit tussen de warme, zachte uitstraling van het vilt en de gladde bovenlaag. Het oog wordt als het ware misleid: wat je ziet komt niet overeen met wat je voelt bij aanraking.”

Lapjesmarkt in Utrecht

Als kind ging Douwe op zaterdag vaak mee met zijn moeder naar de lapjesmarkt in Utrecht, waar hij met open mond stond te kijken naar de kleurrijke kramen en zijn vingertje langs de stoffen liet gaan. Toen al pikte hij er feilloos de mooiste wol en zijde uit. In groep zes kreeg hij zijn eerste paspop en stortte hij zich op mouleren: het draperen van een stof tot een outfit.

“Ik vroeg aan vriendinnen of ze mijn creaties aan wilden trekken en dan kwam er vervolgens een hele fotoshoot aan te pas”, herinnert hij zich. Door zijn omgeving is hij altijd gestimuleerd om zijn talent verder te ontwikkelen. Zijn moeder houdt van beeldhouwen en past het kunstaspect ook toe in haar werk als coach en therapeut. Vader De Boer is een technische alleskunner. “De handigheid en het zoeken naar oplossingen heb ik duidelijk van hem en de creativiteit van mijn moeder.”

Het mouleren zoals hij dat van kinds af aan al doet, is nog altijd zijn favoriete techniek. Hij noemt het ‘met stof boetseren om een lichaam’. Van de abstracte vormen die daaruit ontstaan maakt hij vervolgens een reeks foto’s waarmee hij intuïtief gaat combineren en schuiven.

Mode ontwerpen

“Scherpe vormen worden vanzelf zachter door ze in te vullen met textiel”, legt hij uit. “Ik werk het liefst vanuit mijn gevoel. Af en toe krijg je daardoor een cadeautje van het toeval, omdat er iets ontstaat wat je van tevoren nooit had kunnen bedenken. Dat is soms even wennen, als het resultaat niet precies overeenkomt met wat ik in mijn hoofd had. Maar deze manier van ontwerpen geeft me veel meer vrijheid dan wanneer ik uit zou gaan van een vastomlijnd stappenplan.”

Tijdens zijn stage werkte Douwe mee aan de nieuwe ready-to-wear collectie van de Deens-Nederlandse modeontwerper Claes Iversen. “Deze lijn is minder experimenteel dan de couturelijn. Hier leerde ik te experimenteren met de details in plaats van met de gehele vorm. Door het contact met stoffenleveranciers en producenten, het bijwonen van fittings (het doorpassen van de kleding, red.) en het maken van technische tekeningen kreeg ik een volledig beeld van het bedrijf. Het commerciële aspect was nieuw voor mij, maar door mijn stage heb ik in een korte tijd ontzettend veel mogen leren.”

Diep in zijn hart droomt Douwe ervan om op een dag zijn eigen label (zoals bijvoorbeeld Mart Visser)op te zetten. Maar daarvoor is het nu nog te vroeg. Eerst afstuderen en dan zien wat dit hem brengt. Wellicht wil hij eerst werkervaring opdoen bij andere ontwerpers. En als de tijd aanbreekt voor een eigen label, dan mogelijk met een compagnon. “Het lijkt me fijn om iemand te hebben die mij aanvult. Om elkaar uit diepe dalen te kunnen trekken en samen de hoogtepunten te vieren.”

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.